Succes of mislukking?


‘Is de decentralisatie van de jeugdzorg en de Wmo een succes of een mislukking?’ Die vraag kreeg ik van vrienden ‘toegeslingerd’ tijdens een etentje. Of ik daar een kort en duidelijk antwoord op kon geven. Toen ik voorzichtig mijn antwoord begon te formuleren met nuanceringen – ‘het is maar hoe je het bekijkt, vanuit wel perspectief’ – veranderde de vraag. Want ja, zoveel tijd willen we tijdens een etentje nu ook weer niet besteden aan één van de grootste operaties in het publieke domein. Na enkele zinnen werd ik al onderbroken: ‘ja maar, de bureaucratie is toch enorm toegenomen?’ ‘En wat weten die sociale wijkteams nu van jeugdproblematiek, die doen maar wat!’

En daar zit ik dan. Niet met mijn mond vol tanden, maar met de vraag ‘hoe ga ik dit in hemelsnaam uitleggen?’ Hoe vertel ik dat de beweging naar het lokale niveau eigenlijk een heel goede beweging is, maar dat die wel bemoeilijkt wordt door bezuinigingen een nogal onvolledige voorbereiding en het voorlopige gebrek aan kennis? En hoe leg ik uit dat gemeenten (en zorgaanbieders) hun best doen om het goed te laten verlopen, en de systeemveranderingen, zo ‘in te regelen’ dat inwoners daar zo weinig mogelijk last van hebben? Snappen mijn vrienden – die in het bedrijfsleven actief zijn of in andere sectoren dan zorg en ondersteuning – wel dat het om verschillende decentralisaties gaat, dat we het met minder geld moeten doen, dat niet alles meer vanzelfsprekend is?

Ik probeer. Het is duidelijk nog te vroeg om conclusies te trekken, zeg ik, al zijn er genoeg mensen die nu al weten dat het een mislukking wordt (is). Maar wat is een mislukking, voor wie? Mijn ervaring is niet dat het een mislukking is, noch een succes. Er is geen eenduidig beeld te geven, omdat het sommige terreinen soepel loopt en op andere het hikt en stottert (denk aan PGB). Bij de ene gemeente zijn de buurtteams goed georganiseerd, bij een andere loopt het voor geen meter. Dat is ook kern van decentraliseren. Maar zo gemakkelijk kom er niet af, want mijn vrienden stellen ‘willekeur’ en ongelijke behandeling vast (meestal van horen zeggen).

‘Geef gemeenten een beetje de tijd’, maar ook dat klinkt niet overtuigend. Ik vertel over mijn ervaring in de gemeente waar ik werk, dat we te maken hebben met veel problemen in de uitvoering, op vragen stuiten, die voor ons ook nieuw en verrassend zijn en dat we deze direct aanpakken. Vaak met succes! Ik vertel over oplossingen die we bedacht hebben en die werken. Werkwijzen worden aangepast, er worden noodverbanden aangelegd voor inwoners, maatwerk – ook zo’n decentralisatie-term – geleverd, werkprocessen herschreven. Medewerkers leren in hoog tempo om te gaan met een nieuwe manier van werken.

Het overtuigt mijn tafelgenoten maar met mate. ‘Jouw gemeente kan het dan voortvarend aanpakken, in gemeente X snappen ze er niets van.’ En dan volgt er een voorbeeld, dat ik niet kan weerleggen, ik ken die situatie niet. Het beeld blijft hangen, het is een zootje bij gemeenten. Vechten tegen (negatieve) beeldvorming is een moeilijke opgave. Het enige dat we kunnen doen, is hard door blijven werken om het wel tot een succes te maken. Dat willen mijn vrienden dan wel weten: ‘wanneer is het dan een succes?’ Het is een succes – zeg ik heel voorzichtig – als mensen zorg en ondersteuning krijgen die zijnodig hebben om een volwaardig hun leven te kunnen leiden. Je kunt en mag niet alles van de overheid verwachten, je moet zelf verantwoordelijkheid nemen. Ik zeg er maar niet bij ‘en dat we dat kunnen realiseren binnen de beschikbare budgetten’.

NB Het eten was lekker en de avond (verder) gezellig!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s