Theoretische basis voor lokaal werken


Strategieën waarbij de kracht van de omgeving en het betrekken van de omgeving worden ingezet, zijn erg succesvol gebleken. En dat is precies wat een lokaal netwerk gezinsvormen wil doen voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen en voor gezinnen die problemen hebben.

nji-logo-brand kennisnet jeugdOp het congres ‘Toegang en Teams’ van 7 april 2015 heeft het Nederlands Jeugdinstituut vragen opgehaald die spelen op het gebied van de inzet van wijkteams in gemeenten. Een van de vragen luidde als volgt: Welke werkzame factoren van wijkteams kennen we al? En zijn er nog wel algemeen werkzame factoren van wijkteams?

Peter Hoffenaar geeft de volgende tip

Maud van Putten heeft via een kwalitatieve benadering deze vraag zo goed mogelijk proberen te beantwoorden in haar afstudeeronderzoek voor de master Opvoedingsondersteuning aan de Universiteit van Amsterdam.

maud_img_4916Het afstudeeronderzoek van Maud zal ik niet bespreken, maar is hier wel te downloaden. Voor mij was één paragraaf vooral interessant, die van ‘lokaal werken’, één van de concepten die Maud gebruikt in haar onderzoek naar werkzame factoren. Ik heb deze paragraaf integraal overgenomen, omdat het in mijn ogen een goede (theoretische) onderbouwing is voor de lokale netwerken. Cursivering is van mij.

Onder het concept lokaal werken wordt verstaan dat hulpverleners meer aanwezig zijn in de naaste omgeving en aansluiten bij het dagelijks leven van mensen (Boer, Van Diepen, & Meijs, 2013). Het begrip sluit op deze manier aan bij het community-based werken, waarbij men ernaar streeft om concrete doelen te stellen en deze te behalen, door samenwerking met de naaste omgeving van de jeugdige (Hermanns, 2009). Bij deze aanpak wordt niet alleen geprobeerd het gedrag van kinderen of mensen zelf te veranderen, maar ook van hun omgeving. Deze visie komt van oorsprong uit 1976 met Lalonde als grondlegger. Binnen deze visie gaat het om het veranderen van omgevingsfactoren, het is volgens deze visie niet genoeg om door middel van voorlichting en individuele activiteiten mensen te vertellen hoe zij hun leefstijl kunnen verbeteren (Van Koperen & Seidell, 2010).

Wat betekent dit voor de hulpverleningspraktijk? Volgens Kesselring en collega’s (2013) moeten hulpverleners meer aanwezig zijn in de leefomgeving van mensen zodat zij de sociale veerkracht kunnen mobiliseren. Sociale netwerken worden op deze manier geactiveerd en mensen kunnen zelf hun problemen oplossen. Lokaal werken is in dit geval dus belangrijk om de eigen kracht te ondersteunen. Het ondersteunen van empowerment is een belangrijke doel van het lokaal werken (Bibeau, Howell, Rife, & Taylor,1996). Praktisch gezien betekent deze aanpak voor de omgeving en de hulpverlening: naar de mensen toegaan, aansluiten bij de levensomstandigheden van de buurt en het aangaan van duurzame relaties met mensen (Paes & De Maeseneer, 2010). Het doel van dit lokale werken is uiteindelijk „herstel van het gewone leven‟ door middel van samenwerken met de opvoeders in het gewone leven (Hermanns, 2009).

Vanuit de literatuur wordt community-based werken als een sterke werkzame factor gezien. Strategieën waarbij de kracht van de omgeving en het betrekken van de omgeving worden ingezet, zijn erg succesvol gebleken (Lando, Loken, Howard-Pitney, & Pechacek, 1990; Puska, Vartianinen, Laatikainen, Jousilahti, & Paavola, 2008). Interventies waarbij de netwerken rondom mensen worden gemobiliseerd en ingezet zijn effectiever dan interventies die dit niet doen (Hermanns, 2005). Uit bovenstaande overzicht komt naar voren dat het concept lokaal werken een werkwijze is die aansluit bij het community-based principe, waarbij het gaat om aansluiting vinden bij het dagelijks leven. Onder meer het inzetten van sociale netwerken en het betrekken van de omgeving worden gezien als werkzame elementen van deze werkwijze.

Enkele literatuur verwijzingen

Putten, M. van (2014) De werkzame factoren van sociale wijkteams voor jeugd en gezin.

Boer, N. de, Diepen, A. van, & Meijs, L. (2013). Swingen met lokale kracht – overheden en de netwerksamenleving. Den Haag: Raad voor Maatschappelijke ontwikkeling. Geraadpleegd op 14 februari van ttp://www.invoeringwmo.nl/sites/default/file

Hermanns, J. (2009). Het opvoeden verleerd. Amsterdam: Vossiuspers UvA.

Kesselring, M., Winter, M. de, Horjus, B., & Yperen, T.A. van (2013). Allemaal opvoeders in de pedagogische civil society. Naar een theoretisch raamwerk van een ander paradigma voor opgroeien en opvoeden‟. Pedagogiek, 33, 5-20. Geraadpleegd op 28 oktober van http://www.pedagogiek-online.nl

Koperen, M. van, & Seidell, J. (2010). Overgewichtpreventie, een lokale aanpak naar Frans voorbeeld. Praktisch Pediatrie, 2, 10-14. Geraadpleegd op 12 december van http://www.falw.vu.nl/nl

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s