Ruimte voor Jeugdhulp


Vorig jaar hebben gemeenten, Rijk en zorgaanbieders afgesproken met een toekomstvisie te komen op de specialistische jeugdhulp. Deze visie ‘Ruimte voor Jeugdhulp’ is nu afgerond.

De werkgroep werkte aan de visie ‘Ruimte voor jeugdhulp’, ter ondersteuning van de regio’s. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het Rijk, gemeenten, GGZ, jeugdhulp en gehandicaptenzorg. Gezamenlijke ambities: hoogwaardige jeugdhulp dichtbij de kinderen en specialistische kennis in de hele jeugdhulpketen.

De opgave voor de toekomst is dan ook:

  • Specialistische kennis komt beschikbaar voor de ‘voorkant’
  • Ontwikkeling naar regionaal, integraal aanbod
  • Bovenregionaal aanbod sluit niet aan bij gemeentelijke schaal: daarvoor is bovenregionale coördinatie nodig.

Ontwikkelopgaven
Gemeenten en aanbieders hebben samen een aantal ontwikkelopgaven geschetst: regionaal en bovenregionaal. Het is aan gemeenten en aanbieders om met deze opgaven aan de slag te gaan. De volgende zaken komen daarbij aan de orde

  • Aanbod richt zich regionaal en intersectoraal op basis van een gedeelde visie
  • Bovenregionale afstemming is noodzakelijk voor functies waarvoor een bepaalde schaal noodzakelijk is
  • Instellingen en gemeenten ontwikkelen samen de bovenregionale visie voor een transparant inkoopproces
  • Wat betekent de wens om hulp dichtbij het kind te organiseren voor organisaties met een bovenregionaal aanbod?
  • Hoe kunnen we de bovenregionale capaciteit dichter naar de regio brengen en verantwoord verlagen?

Bron: VNG

De notitie ‘Ruimte voor Jeugdhulp is een compacte geworden, geschreven door niet de minsten in het ‘zorglandschap’, met een hoge beleidsdichtheid (ik mis in de werkgroep overigens vertegenwoordigers van cliënten, maar dat terzijde). Alle betrokkenen willen meer en hoogwaardige jeugdhulp leveren, dichtbij kinderen. Dat was in het verleden blijkbaar niet het geval, want er ligt een forse ontwikkelopgave en veranderopgave. De werkgroep formuleert een aantal ‘leidende principes’, waarover brede consensus bestaat. Dat is niet zo vreemd, want de principes zijn zodanig geformuleerd dat je er niet tegen kunt zijn (en nog veel kanten mee op kan). Het eerste principe ‘Jeugdige centraal’ mag overigens nog wel wat aangescherpt worden. Eigenlijk staat niet de ‘jeugdige’, maar de ‘zorgbehoefte’ centraal. Dat geeft aan dat de werkgroep in de eerste plaats een denkraamwerk van vraag en aanbod en van maatschappelijk rendement en kostenefficiency hanteert. Ook de meeste volgende principes ‘lijden’ aan dit denken. Op basis van de nieuwe Wet Herziening Kinderbeschermingsmaatregelen moet het ‘ontwikkelingsbelang van het kind’ voorop staan. Dat is iets anders dan ‘zorgbehoefte’.

Specialistische kennis moet dicht bij het kind georganiseerd worden. Dat is onderdeel van de regionale ontwikkelopgave. Passende specialistische hulp moet direct beschikbaar zijn, waar de inzet van generalisten en het eigen netwerk onvoldoende zijn. Liefst nog flexibel, gemakkelijk toegankelijk en duurzaam. De werkgroep vraag nogal om een inspanning. Is die wel realistisch en over welke specialismen hebben we het dan eigenlijk? En hoe ga je om met institutionele zelfbescherming of terugtrekkende bewegingen? Dat los je niet op met “een gesprek op basis van gedeelde visie”. Uiteraard geeft de werkgroep nog meer aanwijzingen voor het verandertraject, maar het stuk ‘sterft bijkans in schone woorden’: verrijking van ondersteuning in de omgeving van het kind, integrale zorg, generalistische triage. Over de tweede opgave (de bovenregionale) zeg ik maar niets meer. Dat aanbod zou zich regionaal moeten richten. En intersectoraal. Het advies van de werkgroep is om de ambities met een gezamenlijk ontwikkelprogramma te ondersteunen.

Ik wil helemaal niet vervelend of cynisch doen. De werkgroep doet zeker goede aanbevelingen, maar het voelt als (te) groot en moeilijk te beheersen. Ik moet aan de conclusie van René Clarijs denken.

Ook het vernieuwde overheidsbeleid ten aanzien van jeugdzorg biedt geen enkele zekerheid dat de uitkomsten goed uitpakken voor de kinderen en jongeren die hulp nodig hebben. Wil dit beleid effectief worden dan moet er buiten de institutionele kaders worden gedacht en gekeken naar een grote rol voor de burger en een oplossing worden gevonden voor kinderen in de jeugdzorg.

En die burger vind ik niet terug  in Ruimte voor Jeugdhulp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s