Outcome-sturing: uitkomst of uitdaging voor gemeenten?


In de handreiking ‘Outcome-sturing in de jeugdhulp’ staan drie indicatoren centraal: bereik (of uitval), tevredenheid over nut en effect van de jeugdhulp en ‘doelrealisatie’. Naast de tien tips worden de outcome-indicatoren in de bijlagen uitgebreid beschreven. Dat geeft enig houvast en tegelijk roept het vragen op. Uit dit overzicht blijkt a hoeveel verschillende (registratie) systemen er in omloop zijn. Gemeenten moeten zich dat uiteraard eigen maken, maar zouden zich vooral moeten concentreren op de vraag hoe zij hun maatschappelijke outcome willen realiseren. En dan moeten zij niet teveel blijven ‘hangen’ in de discussie over indicatoren.

De centrale boodschap in de handreiking is dat gemeenten de tijd moeten nemen om te leren werken met outcome-indicatoren. De aanbieders hebben wel enige ervaring, al is het per sector weer anders ingevuld. Kortom, werk aan de winkel om tot een standaardisering te komen.

Basisidee is dat een indicator nooit op zich zelf staat, maar altijd een onderdeel vormt van een kwaliteitscyclus. (p5)

Outcome-indicatoren zijn er in twee soorten: maatschappelijke outcome en outcome van voorzieningen. We nemen aan dat hoe beter de outcome van voorzieningen is, hoe groter de kans op een goede maatschappelijke outcome. Dat betekent wel dat je het met elkaar eens moet zijn, hoe een bepaald samenspel van voorzieningen, kan leiden tot de gewenste maatschappelijke outcome. Dat overstijgt het belang van de afzonderlijke instellingen. Het ‘construeren’ van zo’n beleids- of verander-theoretisch kader is volgens mij de centrale opgave voor de gemeente: Jammer dat hier geen handreiking wordt gegeven.

Terug naar de indicatoren en de 10 tips voor gemeenten (niet voor aanbieders?). De tips zijn tamelijk algemeen, daar kun je niet tegen zijn. Ik zocht naar concrete handreikingen. Een belangrijke is dat cijfers niet alles zeggen. Je moet op zoek naar het verhaal er achter. Op pagina 10 staat een heel duidelijk voorbeeld. Een tweede is de oproep het aantal metingen te beperken. Uit ervaring weet ik dat het ongebreideld verzamelen van gegevens, een reëel gevaar is  De handreiking sluit af met een hoofdstukje ‘Hoe verder’?’ Dat komt neer op voortzetting van de pilots. En als ik dan ‘tussen de regels’ door kijk, vraag ik mij af of het vervolg wel gaat leiden tot landelijke overeenstemming over indicatoren. Voor de outcome-monitoring in de langdurige zorg – zoals vaak bij gezinshuizen – is een eerste initiatief opgezet (pagina 15). Ik lees hier over verschillende (deel) trajecten. Op zichzelf nodig – zoals voor de opvoedvariant van de pleegzorg – maar: waar komt het samen? Of is dat sowieso een illusie?

Om de verdere uitwerking van de basisset in goede banen te leiden en te laveren tussen maatwerk en standaardisatie is het zinvol het verdere traject op landelijk niveau bestuurlijk goed in te bedden.

Wat betekent dit nu voor ‘gezinsvormen’. Daarover gaat een volgend bericht. Een eerste bericht over dit onderwerp is van 31 maart 2015.

Bron: NJi.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s