Handreiking ‘Outcome-sturing in de jeugdhulp’


Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 wettelijk verplicht aan te geven welke outcome-criteria voor jeugdhulpvoorzieningen zij hanteren. Een goed functionerende jeugdhulp helpt kinderen en jongeren adequaat. Zo levert zij ook een bijdrage aan de Kennisnet Jeugdmaatschappelijke doelen die gemeenten voor en met haar burgers wil bereiken. Sturen op outcome (resultaten) van de jeugdhulp kan door het gebruik van outcome-criteria.

Wat betekent dit voor pleegzorg en gezinshuizen? De wereld van ‘outcome-sturing’ en de wereld van ‘opvang en opvoeden’ lijken wel heel erg ver uit elkaar te liggen. Moet een pleegouder of gezinshuisouder hier iets mee? Of moet je dat aan de ‘grotere’ jeugdzorginstelling laten? Er zal m.i. toch een verbinding gelegd moeten worden tussen deze werelden. Gezinsvormen kunnen niet buiten het ‘systeem’ functioneren. Ik kom later terug op die verhouding tussen ‘systeem’ en de praktijk van gezinsvormen. Eerst de tips over outcome-sturing.

Het NJi geeft 10 tips aan gemeenten om outcome-sturing goed in te richten:

  1. Formuleer een gemeenschappelijk doel.
    Het eens worden over doelen van jeugdbeleid en jeugdhulp is een belangrijke stap naar een goede inzet van outcome-monitoring.
  2. Spreek af dat hulpaanbieders hun outcome gaan meten.
    Veel doen dat al, maar nog niet allemaal. Spreek ook af wanneer, hoe vaak en bij wie er metingen moeten plaatsvinden.
  3. Gebruik cijfers nu al in het gesprek over kwaliteit.
    In dat gesprek krijgen de cijfers de context die voor de aanbieder van toepassing is.
  4. Beperk de metingen.
    Ga uit van metingen die nuttig zijn in het primaire proces en die expliciete kwaliteitsvragen beantwoorden in dat proces, voor de aanbieder en de gemeente.
  5. Voer outcome-sturing gefaseerd in.
    Bepaal het tempo samen met de aanbieders en leg dit vast in een set afspraken.
  6. Harmoniseer waar mogelijk, wees specifiek waar nodig.
    De hulpvragen zijn te heterogeen om van aanbieders te vragen dat zij allemaal met één en hetzelfde meetinstrument werken.
  7. Ontwikkel eigenaarschap.
    Richt het thema outcome-sturing zo in dat er eigenaarschap ontstaat bij gemeenten, branches, beroepsverenigingen, management en bij de uitvoering.
  8. Houd rekening met hulptrajecten.
    Bij complexe hulpvragen levert een groep aanbieders hulppakketten of –trajecten. Maak dan afspraken over wie op welk moment evalueert.
  9. Benut het leren werken met outcome-indicatoren als relatietool.
    Gesprekken over outcome zijn zeer waardevol voor verdere kennismaking en opbouw van vertrouwen.
  10. Benut het werken met outcome-indicatoren als verbetertool.
    Dat helpt bij het governance-vraagstuk hoe je met maatschappelijke partners het jeugdbeleid steeds effectiever maakt.

Bronnen: Gemeente.nu en het Nederlands Jeugd Instituut. Het gehele rapport ‘Outcome-sturing in de jeugdhulp’.

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s